• De kinderen van die andere vrouw, die hebben gewoon niet dezelfde rechten als mijn eigen kleinkinderen. Mijn zoon lijkt dat maar niet te begrijpen.

    ‘Voor mijn man en mij was het een grote schok om te horen dat mijn zoon en zijn vrouw gingen scheiden. Ja, ik weet het, nu is het zijn ex, zo noemen jullie dat toch heel modern? Maar voor mij is het nog steeds mijn schoondochter. We kennen haar al vanaf haar zestiende. Zo’n band verbreek je niet snel. Nou ja, mijn zoon dus wel. Die bleek al een paar jaar een geheime liefde te hebben. Een collega van zijn werk. En ze hebben, naar zijn zeggen écht moeite gedaan om hun gevoel niet te volgen. Maar dat was dus onbegonnen werk.’

    Aan tafel zit een vieve zestigplusser die door haar dochter naar me is doorverwezen. De familie lijkt uiteen te gaan vallen door de grote moeite die deze oma en moeder heeft met de scheiding en het nieuwe gezin van haar zoon. Het verdriet van haar schoondochter gaat haar enorm aan haar hart, de moeite die haar kleinkinderen met de situatie doet de tranen in haar ogen springen als ze daar over vertelt. Ze voelt zich gespleten, naar eigen zeggen. Natuurlijk houdt ze van haar zoon. Maar de situatie waar hij haar, zijn vader en zijn zussen in gebracht heeft… Haar man en dochters hebben zich inmiddels verzoend met de situatie. Hebben kennis gemaakt met het nieuwe gezin van haar zoon en zijn eigenlijk wel positief over zijn nieuwe liefde, haar kinderen en de manier waarop alles gaat.

    ‘Die vrouw heeft toch willens en wetens meegewerkt aan het uiteenvallen van het gezin van mijn zoon. En het is ook haar schuld, dat we nu als familie in deze situatie terecht zijn gekomen.’ De rol die haar eigen zoon moet hebben gehad in het verhaal, daar stapt ze gemakshalve overheen. Als ik daar naar vraag krijg ik een wrevelig antwoord. ‘We hebben onze kinderen niet zo opgevoed. En ja, ze legt dus de schuld bij ‘die andere vrouw’. En ja, als ze moet kiezen, dan komt haar échte schoondochter met kerstavond eten. Gewoon, zoals het altijd is geweest. En haar zoon moet die ander dan maar thuislaten. Met haar kinderen. En ook met de feestdagen. Die vierden ze ook altijd met elkaar. En ze was wel van plan om daar gewoon mee door te gaan.’

    Als ik haar vraag hoe ze haar relatie met haar zoon dan ziet, in de toekomst, denkt ze lang na. ‘Weet u, ik ben zo teleurgesteld. Teleurgesteld in hem en zijn gedrag naar mijn schoondochter toe. Het verdriet van mijn kleinkinderen vind ik afschuwelijk om te zien. Mijn man en ik hebben altijd opgepast. Eén vaste dag in de week. Als ze bij mijn schoondochter zijn, dan doen we dat ook nog steeds. Maar ik weiger om in zijn nieuwe huis op de meisjes op te passen. We krijgen er dan meteen de kinderen ‘van die ander’ bij. En ja, daar pas ik dus niet op. Aardig zijn voor die andere vrouw en haar kinderen, het voelt als verraad aan mijn schoondochter. En ze kan toch niet door nóg iemand uit ons gezin verraden worden?’